Treffers 101 t/m 150 van 7,683
| # |
Aantekeningen |
Verbonden met |
| 101 |
akte nr. 119 | PRINS Doeke Piers (I14212)
|
| 102 |
blad nr. 16 Dant.dl (mairie Rinsumageest) | TUINENGA IJtje Jacobs (I14208)
|
| 103 |
Iets verder Frans Coppejans , kunstschilder, en gekend als een der redders van het Lam Gods tijdens de eerste wereldoorlog. Op een platte wagen werden de panelen uit Sint-Baafs verwijderd en weggestoken in een woning in Patershol. Toen de Duitsrs vlakbij die woning kwamen werden de panelen op dezelfde wijze overgebracht naar de kerk van de Augustijnen. Alex Beaumont Van Damme kreeg een graf met een serre er rond. Pausenberger was beeldhouwer en grafmaker. | COPPEJANS Frans Jozef (I41992)
|
| 104 |
Plot: Plein OEKE, nr. 57 | COPPEJANS Elvira (I27209)
|
| 105 |
Plot: Plein OEKE, nr. 57 | COPPEJANS Robert (I27676)
|
| 106 |
Plot: Plein ORKE, nr. 124 | COPPEJANS Desiderius (I26413)
|
| 107 |
!BIRTH: Of Hoek,Z.N; FHL film 0859509
!REL: 9gg dau
!De ouders van Adrien [of hij zelf ook] zijn vermoedelijk, tijdens de tachtigjarige oorlog [1568-1648] uit West Vlaanderen naar Axel gevlucht. Omdat tijdens langdurige het Roomse geloof in Vlaanderen de overhand kreeg. Vanuit Axel toentertijd veel arbeiders werken op het vruchtbare land in de omgeving van Vremdijcke. Researcher, Edwin Hamelink, Zeeland,Neth. in archives records.
!De ouders van Adrien [of hij zelf ook] zijn vermoedelijk, tijdens de tachtigjarige oorlog [1568-1648] uit West Vlaanderen naar Axel gevlucht. Omdat tijdens langdurige het Roomse geloof in Vlaanderen de overhand kreeg. Vanuit Axel toentertijd veel arbeiders werken op het vruchtbare land in de omgeving van Vremdijcke.
Researcher, Edwin Hamelink, Zeeland,Neth. in archives records. | DE KEUKELAAR Adriaen (I20971)
|
| 108 |
!BIRTH: Of Willemskerke,Z.N; FHL film 0859509 which is now Hoek.
!REL: 8gg nce
!In Terneuzen,Z.N; film 1631-1690; FHL film 0863001; in Church records 1662,
Francois Keukelaar, geb. te Hoek, Landbouwer. In de kerkeraadsnotulen van de N.H. kerk van Hoek is terug te vinden dat hij in 1637 diaken was. Op een kwade dag in 1647 bleek Francois Keukelaar zulke hooggaande ruzie met meester Baudewijn Maersschalk (1645 - 1648 voorzanger en schoolmeester) gemaakt te hebben, dat het op straat bijna tot vechten was gekomen. Beiden moesten in de consistorie verschijnen. Daar kwam aan het licht, dat meester het kind van vader Keuckelaar in school een klaap had gegeven, waarover de jongen thuis zich beklaagd had. Gelukkig zag de kerkeraad het laakbare en domme gedrag van vader Keukelaar's gedrag in en bestrafte hem, waarop hij berouw toonde. Francois Keukelaar, toen ex - diaken, was blijkbaar eeeen zeer opvliegende heer, want een aantal jaren later (1655) werd hij weer op de kerkeraad ontboden, nu met zijn buurman in de Willemskerkepolder Francois Dieleman. Er was gerapporteerd, dat beiden "seer lelijck in woorden sijn gevallen", waarop Dieleman met "een rijfken" (hooihark) zou zijn geslagen en deze in woede "een messe op hem soude hebben getrokken". Dieleman had de Keukelaar uitgescholden voor 'een schelm'. Zij verzoenden zich voor de kerkeraad, maar moesten zich onthouden van het eerstvolgende Avondmaal, totdat uit hun 'wandel' gebleken zal zijn dat hun verzoening van harte is. Op 27-9-1660 is het weer mis tussen Francois Dieleman en Francois Keukelaar. Mogelijk had deze ruzie te maken met de koop van een stuk lanand in de Willemskerckepolder door Francois Dieleman van Francois Keukelaar. Dieleman had 2 gemeten, 145 roeden gekocht van Keukelaar voor een bedrag van £ 70-15-6 Vls. Deze transactie had plaatsgevonden op 16-4-1660. Op 8-11-1660 worden er twee ouderlingen aangewezen om de ruzie te beslechten en op 6-12-1660 verschijnen beide partijen met hun echtgenotes en worden de vermaning en verzoening weer in genade aangenomen. Dat er van een echte verzoening geen sprake was, blijkt op 7-11-1661, wanneer de acta melding maken van het feit dat in april 1661 beide partijen, Francois Keukelaar met zijn vrouw en Francois Dieleman met zijn vrouw op de vuist zijn gegaan en dat 'de bloedende partij' zich beklaagd had bij de magistraat van Teerneuzen. De kerkeraad wacht het oordeel van de magistraat van Terneuzen af. Op 26-6-1662 zit Francois de Keukelaar nog steeds te wachten op het oordeel vanuit het stadhuis en verzoekt hij de predikant de magistraat hierop eens aan te spreken. Op 26-12-1662 verzoekt Francois de Keukelaar weer toegelaten te worden tot het Avondmaal, waarop beide partijen op 1-1-1663 voor de kerkeraad ontboden zijde, verschijnen, maar Francois Dieleman zich ongezeggelijk gedraagt. Op 31-3-1663 wordt Franancois de Keukelaar weer toegelaten tot de Tafel des Heren. (Bron: Genealogie van de familie Keukelaar, door C.A. Mes, 1993 en Van Zeeuwse Stam, september 2000, artikel Dieleman, door M.P. Neuteboom-Dieleman), relatie met Neeltje Joris (Neelcken) van de Velde.
Francois Keukelaar, geb. te Hoek, Landbouwer.
In de kerkeraadsnotulen van de N.H. kerk van Hoek is terug te vinden dat hij in 1637 diaken was.
Op een kwade dag in 1647 bleek Francois Keukelaar zulke hooggaande ruzie met meester Baudewijn Maersschalk (1645 - 1648 voorzanger en schoolmeester) gemaakt te hebben, dat het op straat bijna tot vechten was gekomen. Beiden moesten in de consiststorie verschijnen. Daar kwam aan het licht, dat meester het kind van vader Keuckelaar in school een klap had gegeven, waarover de jongen thuis zich beklaagd had. Gelukkig zag de kerkeraad het laakbare en domme gedrag van vader Keukelaar's gedrag in en bestrafte hem, waarop hij berouw toonde.
Francois Keukelaar, toen ex - diaken, was blijkbaar een zeer opvliegende heer, want een aantal jaren later (1655) werd hij weer op de kerkeraad ontboden, nu met zijn buurman in de Willemskerkepolder Francois Dieleman. Er was gerapporteerd, dat beiden "seer lelijck in woorden sijn gevallen", waarop Dieleman met "een rijfken" (hooihark) zou zijn geslagen en deze in woede "een messe op hem soude hebben getrokken". Dieleman had de Keukelaar uitgescholden voor 'een schelm'. Zij verzoenden zich voor de kerkeraad, maar moesten zich onthouden van het eerstvolgende Avondmaal, totdat uit hun 'wandel' gebleken zal zijn dat hun verzoening van harte is.
Op 27-9-1660 is het weer mis tussen Francois Dieleman en Francois Keukelaar. Mogelijk had deze ruzie te maken met de koop van een stuk land in de Willemskerckepolder door Francois Dieleman van Francois Keukelaar. Dieleman had 2 gemeten, 145 roeden gekocht van Keukelaar voor een bedrag van £ 70-15-6 Vls. Deze transactie had plaatsgevonden op 16-4-1660. Op 8-11-1660 worden er twee ouderlingen aangewezen om de ruzie te beslechten en op 6-12-1660 verschijnen beide partijen met hun echtgenotes en worden de vermaning en verzoening weer in genade aangenomen.
Dat er van een echte verzoening geen sprake was, blijkt op 7-11-1661, wanneer de acta melding maken van het feit dat in april 1661 beide partijen, Francois Keukelaar met zijn vrouw en Francois Dieleman met zijn vrouw op de vuist zijn gegaan en dat 'de bloedende partij' zich beklaagd had bij de magistraat van Terneuzen. De kerkeraad wacht het oordeel van de magistraat van Terneuzen af. Op 26-6-1662 zit Francois de Keukelaar nog steeds te wachten op het oordeel vanuit het stadhuis en verzoekt hij de predikant de magistraat hierop eens aan te spreken. Op 26-12-1662 verzoekt Francois de Keukelaar weer toegelaten te worden tot het Avondmaal, waarop beide partijen op 1-1-1663 voor de kerkeraad ontboden zijde, verschijnen, maar Francois Dieleman zich ongezeggelijk gedraagt. Op 31-3-1663 wordt Francois de Keukelaar weer toegelaten tot de Tafel des Heren. (Bron: Genealogie van de familie Keukelaar, door C.A. Mes, 1993 en Van Zeeuwse Stam, september 2000, artikel Dieleman, door M.P. Neuteboom-Dieleman), relatie met Neeltje Joris. | DE KEUKELAAR Francois (I20969)
|
| 109 |
!information for this family from Gen.Soc.films #115168, 116077, 323522.
Ursem info from Roman Catholic Church at Berkhout, NH, Netherlands film; | MAK Joannes (I15806)
|
| 110 |
!Wijk aan Zee was also called Wijk aan Zee en Duin | PIROVANO Anna Elisabeth (Betje) (I10286)
|
| 111 |
" Het verzwegen imperium van Piebe Belgraver "
door Douwe-Anne Walsma
http://www.ynte.nl/_d/diversen.html
 
Het verzwegen imperium van Piebe Belgraver (door Douwe-Anne Walsma)
 
Inleiding
 
Ik wist dat Piebe Belgraver in de Schilderswijk het een en ander gebouwd had: in het overzicht van bouwers en architecten van die buurt, dat Beno Hofman noemt, komt zijn naam nogal eens voor. Ik aanvaardde met opgewekt gemoed de taak om hier over hem te schrijven. Even de boeken erop naslaan en klaar is Kees. Maar dat viel vies tegen.
 
Er blijkt heel weinig over hem bekend. Bij de BNA (Bond van Nederlandse Architecten) noch bij het NAI (Nederlands Architectuur Instituut) heeft iemand ooit van hem gehoord, in architectuurboeken komt zijn naam niet voor. De Nieuwe Groninger Encyclopedie noemt hem niet. Er zat niets anders op dan zelf de archieven in te duiken.
 
In het kader van het MSP (Monumenten Selectie Project) zijn vele panden in de stad Groningen uit de periode 1850-1940 onderzocht. Ook panden van Belgraver: het lijstje onder zijn naam telt er 23. Het pand Noorderhaven 66-68 komt daar niet op voor. Sneu is overigens wel dat zijn hele oeuvre toegeschreven wordt aan zijn zoon Piebe. Maar in het dossier bij de dienst Ruimtelijke Ordening en Economische Zaken van de gemeente blijkt ook een ongelooflijk lange lijst van panden te zijn, die hij in 1912 in zijn bezit had. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Wat heeft die man veel gebouwd!
 
Hij overleed op 11 augustus 1916. Ik verwachtte in het Nieuwsblad van het Noorden van de dagen erna wel het een en ander te zullen vinden over iemand die zo⬙n grote rol in de bouwwereld van die tijd heeft gespeeld, maar dat was niet zo. De krant wijdt één regeltje aan zijn overlijden en zijn naam wordt enkel nog in een paar rouwadvertenties genoemd. Maar als je op zoek gaat, kom je wel wat van hem te weten. We beginnen maar eens bij de burgerlijke stand.
 
Wie was Piebe Belgraver?
 
Piebe Belgraver werd geboren op 26 april 1854 in de Cubasteeg in Groningen. De Cubasteeg, waarvan de naam later werd verfraaid tot Cubastraat, was genoemd naar de herberg Cuba, die op de hoek van de Oosterweg stond. De steeg maakte deel uit vavan de bebouwing die hier in het begin van de negentiende eeuw buiten de vestingwallen was ontstaan. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw is ze verdwenen ten behoeve van de bouw van het cultuurcentrum De Oosterpoort. Het was een straatje met in totaal 27 huisnummers en er woonden voornamelijk arbeiders. We komen in 1850 beroepen tegen als sjouwer, molenaarsknegt, blauwverver, weversknegt, stadsveger en onderopzigter van de drekstoep - beeldende namen voor gelukkig grotendeels uitgestorven ongezonde beroepen.
 
Piebes vader, eveneens Piebe geheten, was de zoon van Poppe Hindriks Belgraver, die van beroep witmaker was. Deze Poppe, die in 1784 in Groningen werd geboren, was de eerste die de naam Belgraver voerde. Volgens Huizinga⬙s complete lijst van namen is het een verbastering van Welgraver, brongraver dus. Maar dit lijkt mij erg onwaarschijnlijk. Waarom zou iemand die ten tijde van Napoleon een familienaam moest bedenken zich Belgraver noemen als hij Welgraver wilde heten? En met zijn bereroep had het in ieder geval niets te maken, noch met dat van zijn vader, die tuinier en groenteverkoper was. Dat laatste doet overigens wel veronderstellen dat de familie al enkele generaties lang in deze hoek van de stad buiten de vestingwallen woonde, want groentetuinen lagen buiten de vesting. De drekrijders leegden aan deze kant van de stad hun tonnen: voor tuinders dus ook een ideale vestigingsplaats, de mest zo dichtbij.
 
Poppe Hendriks trouwde in 1806 met Claaske Brugmans, een vrouw uit Leeuwarden, die een jaar jonger was dan hij. Uit dit huwelijk werd in 1811 Piebes vader geboren. Die trouwde op 18 oktober 1835 met de Groningse Annegien van der Molen; zij was de dochter van een verver en een jaar jonger dan haar man.
 
Vanaf ongeveer 1850 zijn in de gemeente Groningen een soort volkstellingen per wijk gehouden. In de eerste vrij volledige opname van 1850-1860 komen we het gezin waarin Piebe opgroeide onder de wijk Buiten-Oosterpoort (wijk Y) al tamelijk compleleet tegen. Er zijn in de Cubasteeg, in het huis dat het nummer 8714 heeft(er is dus nog stadsnummering), dan zes kinderen; Piebe is de jongste. Hij heeft twee broers en drie zussen: Poppe, Lucas, Geertruida, Klaaske en Jantien. De kinderen komen keurig om de drie jaar. Het gezin is Nederlands Hervormd.
 
Er woont dan ook nog een in 1820 geboren Aaltje Belgraver op dit adres, een zuster van vader Piebe, die na de dood van haar man tijdelijk bij hen inwoonde.
 
Bij de volgende opname (1870-1880) is het gezin verhuisd naar de Oliemolensteeg. Het nummer van het huis is wijk Y, nummer 109. Vader Piebe staat nog steeds genoteerd als timmerman. Beide oudere broers zijn metselaar. Piebe heeft nog een broertje gekregen, Geert, en ook wordt een zus genoemd die Aaltje heet en die in 1850 geboren is. Omdat zij ouder is dan Piebe zou zij in de vorige opname al vermeld moeten zijn, zou je denken. Onduidelijk is waarom dit niet is gebeurd. Tante Aaltje wordt niet meer genoemd; Poppe, Geertruida, Klaaske en Jantien wonen in 1870 al niet meer thuis.
 
Net als zijn oudere broers begint Piebe als metselaar; zo staat hij tenminste in de bevolkingsopname van 1880-1890 genoteerd. Vader is dan overleden en Geert en hij zijn nog als enige kinderen bij hun moeder, die als hoofd van het gezin staat vermeld.
 
Piebe Belgraver trouwt op 24 mei 1883 met Lummechiena Scharmga, geboren op 27 januari 1861 in Groningen. Zij is één van de vijf kinderen van een binnenschipper, die aan de Turfsingel in Groningen ligt. In de bevolkingsopname van 1880-1890 staat het gezin ingeschreven in de Olieslagerssteeg, nummer 500. Het paar krijgt drie kinderen: Piebe (1884), Lummechiena (1886) en Annegiena (1890).
 
Begin en opbouw van een imperium
 
In de tweede helft van de negentiende eeuw zijn het drukke tijden in de bouw. Ten zuiden van de stadsgracht staan in 1870 639 woningen, in 1880 zijn dat er 1.371, in 1890 is het aantal gegroeid tot 2.238. Piebes vader moet er een graantje van mee hebben gepikt, want hij laat zijn vrouw zeven woningen in de Mauritsdwarsstraat na, die hij samen met zoon Geert in 1882 heeft gebouwd (Geert is ook voor de helft eigenaar). Na de dood van moeder in 1886 worden ze verkocht en zullen de kinderen elk hun erfdeel hebben gekregen. Maar Piebe zet al eerder voorzichtig zijn eerste schreden op het ontwikkelingspad. In het archief van het kadaster is dat allemaal prachtig na te gaan.
 
Zijn eerste aankopen, in 1884, zijn twee huizen met erf aan de Verlengde Lodewijkstraat. Dat zal hij gedaan hebben om de perceelgrootte: 1,47 are. Daar zouden later heel wat huisjes op gebouwd kunnen worden! Om een beeld te krijgen van hoe Piebe en andere aannemers-ontwikkelaars in die tijd te werk gingen, moeten we even naar een ander deel van de stad, de Noorderplantsoenbuurt, want daar gaat Piebe eigenlijk echt van start.
 
Aan het eind van de negentiende eeuw eiste de gemeente van de ontwikkelaars dat die op hun kosten straat en riolering aanbrachten, die dan later om niet aan de gemeente moesten worden overgedragen. Onderhoud en verlichting werden wel door de gemeente verzorgd.
 
Tegen die aanleg van straten hikten de ontwikkelaars behoorlijk aan. Zo neemt Piebe in 1885 een grote tuin van bijna 10 are in het gebied tussen Verlengde Grachtstraat en het Reitdiep over van aannemer Bos, die er geen gat meer in ziet. Op zijn beurt probeert Piebe dan herhaaldelijk er een minder grootschalig - en dus goedkoper - stratenplan door te krijgen, maar de gemeenteraad gaat er niet mee akkoord.
 
Piebe moet door de bocht, en dan ontwerpt en bouwt hij aan de 'Münster Kolfbaan' in 1887 14 woninkjes van een kleine 30 vierkante meter elk. (Dat is later de Zwarteweg geworden, tussen Veldstraat en Kerklaan.) Hij bouwt vanaf 1887 veel huisjees in die buurt, aan de Kerklaan, de Selwerderstraat etc., allemaal één laag met kap en twee ramen naast de voordeur. Een mooi ensemble is de Rijskampenstraat, die helemaal van zijn hand is. De afwijkende breedte van dat straatje doet overigens vermoeden dat de gemeente niet steeds zo⬙n uitgesproken mening had over de gewenste breedte van de straten. Op een paar uitzonderingen na houdt Piebe alle panden zelf en verhuurt ze. Er zit steeds een hypotheek op, dat wel.
 
Eind tachtiger jaren ontwikkelt Piebe ook in andere delen van de stad. Zo koopt hij aan de Verlengde Visscherstraat een paar percelen voormalige vestinggrond, die hij bebouwt met een drietal 'burgerhuizen' met werkplaats. In één ervan gaat hij zelf wonen. (Wanneer ik dit ontdek, krijg ik wel een beetje het idee door mijn onderwerp omringd te worden: het begon met de overkant, nu ook al achter ons. Dat gevoel wordt nog sterker wanneer ik erachter kom dat Piebe ook ons buurhuis Reitdiepskade 2 heeft gebouwd.) Naast de voordeur van Verlengde Visserstraat nummer 7 bevindt zich een steentje met de letters PB en LS en het jaartal 1887. We mogen aannemen dat ze daar woonden. De zaken gaan goed, ze hebben nu ook een inwonende dienstbode.
 
We komen Piebe ook tegen in de Westerhavenstraat (15 t/m 27) en aan de Westersingel, waar hij een paar herenhuizen ontwerpt en bouwt. Ook deze zijn bestemd voor de verhuur, maar wel voor een beter gesitueerde bevolkingsgroep. De panden zijn dan ook wat rijker geornamenteerd dan de eenvoudige woninkjes rond de Kerklaan. Qua architectuur is het de opmaat voor zijn latere herenhuizen.
 
Na 1890 is er sprake van een snel groeiende woningnood in de stad. Er zijn enkele kleine bouwverenigingen als Werkmanssteun en Werkmanslust, maar die bouwen in het geheel niet meer -
en particulieren bouwen veel minder huurwoningen, terwijl de bevolking van Groningen in omvang explosief toeneemt. In dat gat springt Piebe Belgraver.
 
Vanaf 1896 lijkt hij elke locatie te ontwikkelen waar hij de hand op kan leggen. En steeds volgens hetzelfde procédé: grond kopen, zelf een ontwerp maken, bouwen en verkopen of verhuren. De te verhuren huizen gaan allemaal onder hypotheek.
 
Na 1893 doet hij ook zaken samen met collega-aannemers. Soms laat Piebe zich dan als architect omschrijven en noemt zijn collega zich aannemer. Aangenomen mag worden, dat dit de werkverdeling weergeeft. Maar de samenwerking duurt nooit lang: nna enkele jaren worden de bezittingen weer verdeeld of verkocht. Het kortst, minder dan een jaar, duurt de samenwerking met ene Dayo Mulder, die zichzelf bouwkundige noemt. Hier vermoed je competentiestrijd als oorzaak van de breuk, want Dayo zal zich ontwikkelen tot een geducht concurrent. (Hij bouwt later zo ongeveer de hele Piet Heynstraat vol.) Alleen met Pieter Conitzkie, een metselaar, blijft de samenwerking in stand.
 
Het moet de bourgeoisie van Groningen hebben gestoken. Van de percelen voormalige vestinggrond aan de nieuwe singels, waar die bourgeoisie zich zelf dacht te gaan vestigen - ze werden door het Rijk bij opbod verkocht -, krijgt Piebe er een behoorlijk aantal in handen. Dat begint al aan de Praediniussingel: de nummers 5, 7 en 27 tot en met 39 zijn door Piebe gebouwd en worden in de verhuur gedaan. De erachter liggende, eenvoudiger woon- en koetshuizen aan de Ganzevoortsingel gaan in één moeite mee.
 
In de rij grote panden staat er één die bestaat uit een aparte beneden- en bovenwoning (nummer 39-39a). Beneden gaat Piebe met zijn gezin wonen, het bovenhuis wordt verhuurd aan de familie Simon van der Aa (vader Jan staat vermeld als hoogleraaar). Waarom zou Piebe dit dubbele huis gebouwd hebben? Als het verhuurtechnisch beter uit zou komen, had hij er in deze wand wel meer gebouwd, zou je zeggen. Of wilde hij hier vanaf het begin al wonen en was hem een enkel pand toch te royaal? De familie had per slot nog steeds maar één dienstbode. We zullen het niet weten.
 
Aan de buitenzijde van de Praediniussingel bouwt hij in- 1902 het dubbele pand 2-4 en aan het Emmaplein zet hij in 1900 de dubbele villa nummer 4-5 neer. Aan de Radesingel bijna een hele wand: de nummers 13-23 en 31. Alle genoemde panden houdt hij in eigendom. En alles onder hypotheek, dat spreekt.
 
Als je ziet hoe zijn allereerste ontwerpen eruitzien, moet je constateren dat Piebe aan de singels met zijn tijd is meegegaan: zijn eclectische bouwstijl past heel goed in de overige bebouwing. De elite van die tijd schakelde daarvoor natuurlijk architecten van naam in, maar Piebe doet alles zelf.
 
In dezelfde stijl, soms iets soberder, bouwt hij panden in de Marktstraat (6-10), aan het Nieuwe Kerkhof N.Z. (37-39), én het pand aan de Noorderhaven (toen met het nummer 32), waarvoor de oude bebouwing - onder andere een huis met koepel (!) - moet wijken.
 
In 1900 stort Piebe zich op de uitbreiding van de Oosterpoortwijk. Hij koopt ondershands een aantal percelen grond in het zuidelijke deel van de wijk en dient voor dat gebied een plan in. Hij lijkt zich bij de nieuwe eisen van bredere straten te hebben neergelegd, en het is dan ook zichtbaar dat dit deel van de Oosterpoort veel ruimer is opgezet dan het noordelijke. Hij bouwt aan de nieuw aangelegde Verlengde Nieuwstraat en de Van Sijsenstraat in één jaar enkele complexen met in totaal 44 woningen met afzonderlijke bovenwoningen en vijf winkels met bovenwoning. De architectuur van deze panden is een stuk eenvoudiger dan van die aan de singels, maar hier werd ook niet voor de elite gebouwd. Dat veel de stadsvernieuwing overleefd heeft, zegt wellicht iets over de bouwkundige kwaliteit. Het behoorde in de tachtiger jaren van de negentiende eeuw in ieder geval niet tot de slechtste bebouwing, want die werd in de Oosterpoort toen gesloopt.
 
Verder koopt Piebe in deze jaren hapsnap in de stad onroerend goed. Alleen de grond, om te bebouwen, maar ook bestaande opstallen. Soms is een omschrijving te mooi om onvermeld te laten (in 1902 verworven): 'Een huis geteekend 17 met erf en grond te Groningen in de Sledemennerstraat met recht op een mandeeligen put en eene mandeelige regenbak, doende jaarlijks op Sint Michiel tot grondpacht één gulden vijftig cent'.
 
In 1901 richt hij zijn aandacht ook op de Schilderswijk. Hij koopt er grond en dient een plan in voor het gebied ten zuiden van de Kraneweg. De gemeente verordonneert dat de huizen in de door hem aan te leggen straat (de Jozef Israëlsstraat) minimaal 8 meter hoog moeten worden. In de jaren 1903-1904 bouwt hij de nummers 12 tot en met 46. Daarvan heeft hij er in 1912 nog een groot aantal in eigendom. Later volgen nog de nummers 82 tot en met 90, die hij eveneens gaat verhuren.
 
Bedreigende ontwikkelingen en reactie
 
Tot ongeveer 1903 loopt alles voor Piebe voorspoedig en kun je van een bloeiperiode spreken. Maar zijn positie wordt bedreigd. Enkele sociaal geëngageerde notabelen trekken zich de erbarmelijke huisvesting van de arbeidersklasse aan en wenden zich tot de gemeente met het verzoek om financiële steun voor het oprichten van een nieuwe woningbouwvereniging. Piebe ziet zijn toekomst bedreigd en tekent protest aan. Als voorzitter van de Woningverhuurdersvereniging Door Eendracht Sterk wendt hij zich tot de gemeenteraad. We zullen overigens nooit weten of de vereniging naar aanleiding van deze kwestie is opgericht, want het archief van DES is in de oorlog grotendeels verbrand en later zijn de resterende oude stukken vernietigd.
 
Piebe schrijft dat het oprichten van een woningbouwvereniging 'ten gevolge zal hebben eene kunstmatige verlaging van de huurprijzen waardoor niet alleen hare leden schade wordt toegebracht, doch waardoor juist het ontstaan van gebrek aan woninge
n zal in de hand worden gewerkt'.
 
B en W wijzen dit adres af en verlenen de woningbouwvereniging NV Volkshuisvesting een voorschot van fl. 37.000,--, een garantie voor een rente van 3% plus de gratis aanleg van een straat achter de weg naar Bedum. Enkele jaren later wordt met de bouw van de gesubsidieerde huurwoningen aan de Bedumerstraat begonnen.
 
De oprichters van NV Volkshuisvesting waren niet de minsten: de bankier jhr mr Feith was voorzitter, een invloedrijk man die ook voorzitter van de Gezondheidscommissie was (de voorganger van Bouw- en Woningtoezicht), die de gemeenteraad adviseerde. En ook komen we Jan Evert Scholten tegen, de bekende grootindustrieel. Piebe zal zich bij de gevestigde elite met zijn actie niet geliefd hebben gemaakt.
 
Er komt dus concurrentie op de huurmarkt. Ook van een andere kant krijgt Piebe het steeds lastiger. De woningwet van 1901 stelt strengere eisen aan de particuliere bouwondernemers en ook de gemeente hanteert steeds hogere normen. Zo moeten de straten steeds breder, wat een haalbare exploitatie moeilijker maakt. Door dit samenspel van factoren stort de bouw in de stad rond 1905 dan ook geheel in.
 
Het lijkt of Piebe de bui heeft zien hangen.
 
Vanaf 1903 keert hij zich van de stad Groningen af en verlegt hij zijn aandacht naar Assen en Vries en omgeving. Hij koopt her en der grond en bouwt er tot 1909 23 burgerhuizen, 19 herenhuizen en een villa. Dit aantal houdt hij in bezit. Niet uitgesloten mag worden dat hij meer bouwde.
 
De zoon van zijn broer Poppe, ook een Piebe, is metselaar geworden en verhuist in 1907 met zijn gezin naar Assen. Dat kan toeval zijn, maar het is aannemelijk dat hij voor zijn oom Piebe de zaken in Assen wat in de gaten moest houden. Want nadat er aan de activiteiten van Piebe een einde is gekomen, verhuist neef weer naar Groningen.
 
Ook nu worden de benodigde percelen ondershands of op veilingen gekocht. Maar Piebe koopt ook percelen met opstallen. En ook hier mag een mooie omschrijving niet onvermeld blijven (1908): 'Eene boerenbehuizing met groenland, hooiland, ontgonnen gronden, dennenbosch met ondergrond, veen, water, heide en molentjes, alles gelegen in de gemeente Anlo'.
 
Mólentjes!
 
De apotheose is wel de aankoop op een veiling in 1910 van landgoed Voorveld in Harenermolen. Dit landgoed bestaat uit de villa Voorveld - Piebe bouwt er later nog een villa bij -, drie boerenplaatsen met schuren en verdere opstallen, erven, bosgrond, wei- en bouwlanden. Het geheel omvat 44 kadasternummers en de totale omvang is maar liefst meer dan 26 hectare!
 
Privé verandert er in deze tijd het een en ander.
 
In 1910 trouwt dochter Lummechiena met de caféhouder Geert Lucas Petersen. Ze gaan wonen aan Veemarktstraat 7. In hetzelfde jaar vertrekt Annegiena naar Nederlands-Indië, waar ze later trouwt met ene A. Wijnstok. Ze wonen in Bandjermasin op Borneo. Alleen Piebe junior is nu nog thuis. Hij staat als bouwkundige in het bevolkingsregister vermeld.
 
Verval en afbraak
 
Het heeft er alle schijn van dat Piebe vanaf 1910 in financiële problemen raakte. Was het landgoed Voorveld toch een maatje te groot? Of namen de huuropbrengsten af? Hij heeft steeds in onroerend goed gehandeld, maar nu koopt hij niet zoveel meer en áls hij koopt doet hij dat steeds vaker samen met iemand anders. In maart en april van het jaar 1911 verwerft hij met collega-aannemer Derk Smit op een paar veilingen nog een serie panden aan de Jozef Israëlsstraat (72 tot en met 80), aaaansluitend op de nummers 82-90, die hij al in eigendom had. Daarna koopt hij niets meer. Piebe begint zelfs panden die hij al jaren in bezit heeft te verkopen. Zo verkoopt hij in 1910 de helft van de dubbele villa aan het Emmaplein en in 1912 en 1913 de twee geschakelde herenhuizen aan de buitenzijde van de Praediniussingel. Alle bouwterreinen die hij aan de Kraneweg nog in bezit heeft worden afgestoten.
 
Maar het lijkt hem niet uit de problemen te
helpen. Zo komt het ervan dat Piebe op 16 juli 1912 bij de notaris zit voor de oprichting van de naamloze vennootschap Belgravers Bouwmaatschappij. Het kapitaal van de NV bedraagt fl. 50.000,--. De helft komt van een aantal handelaren in bouwmaterialen, onder wie bekende Groninger namen als Nanninga, Van Calcar en Wigboldus.
 
Piebe krijgt de andere helft van de aandelen en levert in ruil daarvoor zijn onbelaste activa in. Enkele percelen grond, twee polissen van levensverzekeringen en 'eenige roerende goederen zoals eene praam, plus minus acht honderd meter spoor en wissels, negenendertig kipkarren, boerenbeslag en drie paarden'. Maar ook worden negen hypothecaire schuldvorderingen ingebracht: ze bedragen samen meer dan de benodigde fl. 25.000,--, dus over de invorderbaarheid zal twijfel hebben bestaan. Steenhouwer Terpstra wordt directeur van de NV, Piebe moet genoegen nemen met één van de vier commissarisposten.
 
In eerste instantie begreep ik niet wat er de reden voor was, dat Piebe op 4 september van het jaar 1912 opnieuw bij notaris De Groot verschijnt. Op die datum verkoopt hij zijn hele bezit aan de NV. De lijst van in te brengen percelen bevat meer dan 160 panden en verder nog de wereld aan percelen bouwgrond, boerderijen met toebehoren en ook landgoed Voorveld.
 
De koopprijs bedraagt het voor die jaren ongehoord hoge bedrag van één miljoen en zes-en-dertigduizend gulden. Met dat bedrag zullen de hypotheken worden afgelost en eventueel resterende schulden worden voldaan.
 
Ik begreep niet wat er zich had afgespeeld. Ik dacht dat Piebe het misschien gewoon zat was en van de hele boel af wilde. Per slot is hij in 1912 58 jaar en dat is ook wel een mooie leeftijd om te gaan rentenieren. Maar uit het feit dat hij eersrst zijn levensverzekeringen en nu ook het huis waar hij zelf woont heeft mee verkocht moet afgeleid worden dat er geen sprake was van vrijwilligheid. Maar het was George Mulder die het antwoord vond. Bij het archiefonderzoek dat hij in het kadeder van dit boek deed stuitte hij op een bezwaarschrift van Belgraver tegen de ⬜aanslag in de hoofdelijke omslag van 1913⬝. Zeg maar de voorloper van onze onroerend-goed aanslag. Piebe schrijft daarin, dat hij een salaris van de N.V. ontvangt van f2000,- plus vrij wonen, maar dat hij de verplichting heeft om twee kamers gratis te verstrekken voor kantoren, kamers die hij moet laten verwarmen en schoonhouden. Dus de waarde van die twee kamers moet van de bijtelling voor vrij wonen af. Dit bezwaarschrift wordt vergezeld van een verklaring van notaris De Groot die schrijft dat bij de oprichting van de N.V. Belgravers Bouwmaatschappij Belgraver verplicht was om al zijn onroerende en deels ook zijn roerende goederen over te dragen. En dan komt het: ⬜en dat zijn financieele toestand toen van dien aard was dat hij ver beneden nul stond en dat hij in staat van faillissement zou zijn verklaard indien zijne schuldeischers hem niet hadden bijgestaan door hunne vorderingen niet op te eischen.⬝
 
Dus bij de oprichting van de B.V. in Juli was de zaak al afgesproken, maar het opstellen van die ongelooflijk lange lijst met over te dragen panden zal niet op zo korte termijn geregeld kunnen zijn. En dat verklaart waarom die overdracht pas in september plaats vindt.
 
Ook Pieter Conitzkie, die inmiddels onder de Invaliditeitswet valt, valt mee in het gat en moet zijn aandeel in een aantal panden aan de Jozef Israëlsstraat aan de NV verkopen.
 
Er is geen archief van de NV overgeleverd. Zo weten we niet of een onderdeel van de afspraken was dat Piebe al zijn zakelijke en bouwactiviteiten staken zou. Vast staat dat hij het doet. Van een aantal panden in aanbouw wordt de bouw stopgezet. De verhuur, iets wat Piebe altijd zelf heeft beheerd, wordt overgedragen aan makelaar La Gro en Zoon, die tweewekelijks in het Nieuwsblad van het Noorden in een grote advertentie meldt voor welke panden en ten behoeve van welke eigenaren hij voor nieuwe huurders heeft gezorgd.
 
In de privé-sfeer zijn er ook de nodige bekommernissen.
 
Geert, Piebes broer met wie hij veel samenwerkte, wordt ernstig ziek. Het is misschien wel mee een factor geweest om zijn bezit over te dragen. Geert overlijdt op 1 mei 1914; de familie spreekt in de advertentie van een langdurig doch geduldig l lijden. En Piebe junior zorgt voor een schandaaltje. Op 17 februari 1914 bevalt de ongehuwde melkventster Annechien Mensinga in de Grote Rozenstraat 57 van een dochter. Deze Elsje Cornelia wordt door Piebe junior erkend. Op 30 april van dat jaar trouwt hij met Annechien. In het begin wonen ze op verschillende adressen, maar ook bij haar moeder in. Het zal dus geen vetpot zijn geweest.
 
Het einde
 
Piebe overlijdt vier jaar later, op 11 augustus 1916. Hij is dan 62 jaar. Het Nieuwsblad van het Noorden van 12 augustus staat bol van nieuws over de Europeesche Oorlog en het front aan de Somme. In de rubriek Stad en Dorp staat één kort zinnetje: 'De heer P. Belgraver, architect alhier is gistermiddag in de Heerestraat plotseling doodgebleven.' Dat is alles. Een dergelijk sterfgeval werd ook vermeld als het een arbeider betrof, dus van eerbetoon kun je niet spreken.
 
De Nieuwe Provinciale Groninger Courant van die dagen staat vol met leuke nieuwtjes. Zo is de heer D. Harsema te Helpman geslaagd voor het examen groenteteelt der Nederlandse Maatschappij voor Tuinbouw, wordt dagelijks de temperatuur van het badwater vermeld en wordt verslag gedaan van de voortgang van de bouw van het nieuwe Provinciehuis. Maar het overlijden van Piebe staat alleen onder de gegevens van de burgerlijke stand.
 
De Provinciale Groninger Courant wijdt er eveneens geen woord aan.
 
De familie plaatst een overlijdensadvertentie in het Nieuwsblad van het Noorden en in de Provinciale Groninger Courant. 'Heden overleed plotseling onze innig geliefde Echtgenoot, Vader, Behuwd- en Grootvader de heer Piebe Belgraver'. En, na de namen van vrouw, kinderen en schoonkinderen, onderaan: 'Eenige en algemeene kennisgeving. Geen bezoek.'
 
Verder zijn er advertenties van de familie van zijn vrouw, de familie Meywes ('onze onvergetelijke vriend') en twee van het personeel. Het 'gezamenlijke Personeel te de Punt-Vries' spreekt van 'onze hooggeachte en beminde Patroon'. Het ' Personeel Zandgroeve Zuidlaren' schrijft: 'Wij waren met de grootste dankbaarheid vele jaren bij hem werkzaam'.
 
Van zijn mede-vennoten horen we niets. Als je dat combineert met het zwijgen van de pers, kun je alleen maar vermoeden, dat men Piebe een parvenu is blijven vinden.
 
Op het adres aan de Praediniussingel worden in de periode 1910-1920 Piebe junior
 
en zijn gezin bijgeschreven. Er wordt geen precieze datum van verhuizing genoemd. Maar er is al wel een tweede dochter, Lummechiena. Omdat die in 1916 is geboren, is het aannemelijk dat ze na het overlijden van Piebe bij moeder zijn ingetrokken.
 
In 1920 verandert het systeem van bevolkingsregistratie: men gaat over op vastlegging per gezinsnaam in plaats van per huis. En bij die nieuwe registratie woont moeder Belgraver niet meer aan de Praediniussingel, maar in een bovenwoning in de Wipstraat, op nummer 9a. De rijke tijden zijn duidelijk voorbij. Eind jaren twintig woont ze een jaar in Amsterdam, maar ze komt terug en vestigt zich in de Rabenhauptstraat. Ze overlijdt in 1947.
 
Dochter Lummechiena vertrekt in januari 1918 naar Beilen.
 
Zoon Piebe en zijn gezin wonen in 1920 niet meer in Groningen. Hij is met de noorderzon vertrokken. We weten dat hij in 1921 van zijn vrouw is gescheidenen komen hem weer tegen wanneer hij zich in 1926 in zijn eentje in Rotterdam laat inschrijven. Hij geeft dan op uit Châteauroux te komen, 250 kilometer onder Parijs. Is het gezin daar vóór de scheiding eerst in zijn geheel heengegaan? Wat we weten is dat hij op 8 september 1941 geen adres in Rotterdam meer heeft, maar slechts een poostbusnummer. Dat wijst erop dat hij tijdens het bombardement op Rotterdam in mei 1940 zijn huis is kwijtgeraakt. De mobiliteit van de mensen die hun huis kwijt waren geraakt was zo groot dat de overheid hen om praktische redenen een postbus gaf. En dat zou dan weer kunnen verklaren waarom van het immense archief dat Piebe van zijn werk moet hebben gehad niets meer over is: het kan in 1940 verloren zijn gegaan. Hoewel natuurlijk ook niet uitgesloten moet worden geacht dat dit archief voor de - het vijandige Groningen ontvluchtende - nabestaanden van Piebe wel het laatste was dat ze mee hadden willen nemen. Maar er zijn ook geen foto's van het gezin bekend, en die moeten toch ongetwijfeld gemaakt zijn. Piebe junior heeft in 1944 nog steeds een postbusnummer. In februari 1945, in de hongerwinter, overlijdt hij. Zijn dochters overlijden kinderloos. Maar zou er ergens toch niet iets zijn overgebleven?
 
Van Frank Straatemeyer kreeg ik een lijst met adressen van de Belgravers in Nederland. Het waren er ruim zeventig. Ik heb er een aantal gebeld. Van een archief of foto's was niemand iets bekend. Het enige dat het opleverde, was dat één van hen meldde dat hij in de Bordeaux wijn was tegengekomen van Château Belgraver. En dat het goede wijn was geweest. Zou Piebe junior zijn handen uit de mouwen hebben gestoken?
 
En dan de laatste vraag: waar is Piebe Belgraver begraven? Is er nog iets zichtbaar? Ik begin met het meest voor de hand liggende: de Zuiderbegraafplaats in Groningen. De beheerder, de heer Blok, zoekt in oude grafboeken en vindt wat ik zoek. Piebe is op maandag 14 augustus op de Zuiderbegraafplaats in Groningen begraven.
 
Hij ligt in vak 4, rij 15, grafnummer 79.
 
Op het goedkoopste deel van de begraafplaats.
 
Op de eenvoudige steen staat Familie P. Belgraver. Sommige letters zijn er afgevallen. De steen lijkt van jonger datum. Maar de plaats van het graf doet vermoeden dat ook de oorspronkelijke steen niet de kwaliteit had die je bij een man met
zo⬙n staat van dienst (en met een mede-vennoot die steenhouwer was) zou verwachten.
 
Laten we het er maar op houden dat Piebe Belgraver zélf voor een memorabel monument heeft gezorgd. En dat nog wel in het meervoud. Tien van zijn panden zijn nu Rijksmonument.
 
Belangrijkste geraadpleegde bronnen:
 
Archief kadaster Groningen (aanwezig in de Groninger Archieven)
 
Beno Hofman, De Schildersbuurt West end, Noordboek, Groningen, 2000
 
Bevolkingsregister Gemeente Groningen, 1850-1930 (Groninger Archieven)
 
Door vlijt en spaarz
Witwerkersknecht (1835), witwerker (1842), timmerman(1853-1872), timmermansknecht (1861). | BELGRAVER Piebe Poppeszn (I30820)
|
| 112 |
"Machtel(t)je Boender doet met Kerstmis 1662, samen met haar broer Willem, belijdenis te Numansdorp. Met haar man Aert Cornelisse Aendewech van de Hitsert, wordt ze in 1668 lidmaat te Piershil, ter
wijl hij op 25 december van dat jaar vermeld wordt als lidmaat te Numansdorp". "Zij koopt op 29 april 1671 te Goudswaard op de publieke verkoping van deboedel van wijlen Bastiaen Aernts van der EijcK
(haar zwager) voor f1.10.0 kindergoed, voor f 1.0.0 een dekentje, voor f4.2.0 twee oorkussens,voor f 3.13.0 drie kusens, voor f 1.10.0 een tafellaken, voor f 2.9.0 een waterpot en tinnenlepels, voor f
0.17.0 nog een kussen, voor f 0.1.0 een schilderijtje, voor f 0.10.0 een ijzeren el, voor f 0.18.0 een kinderkackstoel en voor f 1.6.0 een wieg". "Macheltje Cornelisdr Boender, weduwe van Aert Cornel
is Aendewegh,verklaart op 14 januari 1682 2000 gld schuldig te zijn aan haar broer Pieter Cornelis Boender wegens geleende penningen, te betalenop 16 december 1683 met 4% interest. Als zekerheid voor
deze lening stelt zij 5 morgen 292 roe land in de Numanspolder"."Haar tweede echtgenoot is geboren op de stee aan de Schuringsedijk onder Numansdorp, over welk bedrijf in 1975 eenstudie gepubliceerd w
erd. Radesteijns ouders waren aanvankelijk welgestelde boeren, maar door de toen heersende landbouwcrisis was het bedrijf achteruit gegaan en het vermogen der ouders -zijn moeder had b.v. 7000 gld als
bruidschat meegekregen-sterk geslonken. De auteur van deze boekhoudkundige studie maakt melding van het feit dat uiteindelijk nogslechts het aanwezige familiezilver van de vroegere welstand getuigde.
De minvermogende Pieter Radesteijn deed met de minstens 15 j oudere en welvarende weduwe Andewegh geen slechte keuze. Zij, op haar beurt, was als weduwe met jongekinderen ook geholpen met deze verbin
tenis. Het echtpaar Radesteijn-Boender komt voor op de lidmatenlijst van Zuid Beijerland van 1687". "op 2 januari 1710 testeert zij als Radesteijns weduwe, waarbij zij haar zoon Laurens tot voogd aans
telt over zijn meerderjarige broer Cornelis, daar deze "veeltijds door sware toevallen van siektew werd bezocht,soo dat hij niet in staat was zijn goederen of sich selfs te regeren". Bij overlijden va
n Laurens zal de in Numansdorp wonende bouwman Cornelis Jacobsz Hoeckseweg voogd over Cornelis Andewegh worden". "Machteldtje Boender wordt op 11november 1710 begraven en haar zoon (wellicht Laurens)
krijgt vrvolgens 100 gld boete omdat hij ook anderen dan erfgenamen op het begrafenismaal heeft getracteerd. Uit haar boedel krijgt de diakonie van Zuid Beijerland op 24 april1711 een schenking".Bron:
Stamreeks Johanna Boender 1600-1993, door A. de Jonge
 
Dorpssluis Zuid_beiejerland bevinden zich 2 hoekstenen in de zuidelijk frontmuur met opschrift "deses isten hoeksteen gelegt bij Lijsb. Boende
r"
"Machtel(t)je Boender doet met Kerstmis 1662, samen met haar broer Willem, belijdenis te Numansdorp. Met haar man Aert Cornelisse Aendewech van de Hitsert, wordt ze in 1668 lidmaat te Piershil, terwijl hij op 25 december van dat jaar vermeld wordt als lidmaat te Numansdorp". "Zij koopt op 29 april 1671 te Goudswaard op de publieke verkoping van deboedel van wijlen Bastiaen Aernts van der EijcK (haar zwager) voor f1.10.0 kindergoed, voor f 1.0.0 een dekentje, voor f4.2.0 twee oorkussens,voor f 3.13.0 drie kusens, voor f 1.10.0 een tafellaken, voor f 2.9.0 een waterpot en tinnenlepels, voor f 0.17.0 nog een kussen, voor f 0.1.0 een schilderijtje, voor f 0.10.0 een ijzeren el, voor f 0.18.0 een kinderkackstoel en voor f 1.6.0 een wieg". "Macheltje Cornelisdr Boender, weduwe van Aert Cornelis Aendewegh,verklaart op 14 januari 1682 2000 gld schuldig te zijn aan haar broer Pieter Cornelis Boender wegens geleende penningen, te betalenop 16 december 1683 met 4% interest. Als zekerheid voor deze lening stelt zij 5 morgen 292 roe land in de Numanspolder"."Haar tweede echtgenoot is geboren op de stee aan de Schuringsedijk onder Numansdorp, over welk bedrijf in 1975 eenstudie gepubliceerd werd. Radesteijns ouders waren aanvankelijk welgestelde boeren, maar door de toen heersende landbouwcrisis was het bedrijf achteruit gegaan en het vermogen der ouders -zijn moeder had b.v. 7000 gld als bruidschat meegekregen-sterk geslonken. De auteur van deze boekhoudkundiige studie maakt melding van het feit dat uiteindelijk nogslechts het aanwezige familiezilver van de vroegere welstand getuigde. De minvermogende Pieter Radesteijn deed met de minstens 15 j oudere en welvarende weduwe Andewegh geen slechte keuze. Zij, op haar beurt, was als weduwe met jongekinderen ook geholpen met deze verbintenis. Het echtpaar Radesteijn-Boender komt voor op de lidmatenlijst van Zuid Beijerland van 1687". "op 2 januari 1710 testeert zij als Radesteijns weduwe, waarbij zij haar zoon Laurens tot voogd aanstelt over zijn meerderjarige broer Cornelis, daar deze "veeltijds door sware toevallen van siektew werd bezocht,soo dat hij niet in staat was zijn goederen of sich selfs te regeren". Bij overlijden van Laureens zal de in Numansdorp wonende bouwman Cornelis Jacobsz Hoeckseweg voogd over Cornelis Andewegh worden". "Machteldtje Boender wordt op 11november 1710 begraven en haar zoon (wellicht Laurens) krijgt vrvolgens 100 gld boete omdat hij ook andereen dan erfgenamen op het begrafenismaal heeft getracteerd. Uit haar boedel krijgt de diakonie van Zuid Beijerland op 24 april1711 een schenking".Bron: Stamreeks Johanna Boender 1600-1993, door A. de Jonge Dorpssluis Zuid_beiejerland bevinden zich 2 hoekstenen in de zuidelijk frontmuur met opschrift "deses isten hoeksteen gelegt bij Lijsb. Boender""
21028,M,Cornelis Leendertsz,Aendewegh,,1674,Barendrecht Nederland,?,,,,,
21029,M,Anthonij,Andewegh,,Sep. 8 1726,Numansdorp Nederland,Jun. 27 1785,Numansdorp Nederland,,,,
21031,F,Macheltje Laurensdochter,Andewegh,,1717,,?,,,,,
21032,M,Maarten,Boender,,Jun. 29 1794,"Oud-Beijerland, Nederland",Jan. 18 1860,"Oud-Beijerland, ZH",,,,
BIRT: RIN MH:IF289004
DEAT: RIN MH:IF289005
21033,F,Cornelia,Boender,,Nov. 20 1820,"Oud-Beijerland, Nederland",Jan. 22 1833,"Oud-Beijerland, Nederland",,,,
BIRT: RIN MH:IF288988
DEAT: RIN MH:IF288989
21034,M,Pieter,Boender,,Sep. 13 1837,"Oud-Beijerland, Nederland",?,,,,,
BIRT: RIN MH:IF288992
DEAT: RIN MH:IF288993
21035,F,Hadeweij,Boender,,Oct. 22 1824,"Oud-Beijerland, Nederland",Jul. 28 1889,"Zuid-Beijerland, Nederland",,,,
BIRT: RIN MH:IF288996
DEAT: RIN MH:IF288997
21036,F,Cornelia,Boender,,Jan. 7 1833,"Oud-Beijerland, Nederland",?,,,,,"
BIRT: RIN MH:IF289000
DEAT: RIN MH:IF289001
BIRT: RIN MH:IF289002
DEAT: RIN MH:IF289003 | BOENDER Machteld Cornelisdr. (I11948)
|
| 113 |
"te vroege bijligging" van de oudersbron: NH. Kerk, Zaamslag | HAMELINK Jacobus (I27565)
|
| 114 |
"van onder Axel" | DE KRAKER Abraham (I49545)
|
| 115 |
#Bron: Kwartierstaatboek XI pag. 191# | VAN DEN BOS Adam Maartensz (I18472)
|
| 116 |
#Bron: Kwartierstaatboek XI pag. 204# | VAN DEN BOS (OOK WEL REINHOUT) Maarten Jansz (I18470)
|
| 117 |
#Bron: Kwartierstaatboek XI pag. 204# | VAN DER POST Burchje Jacobs (I18471)
|
| 118 |
#Bron: Kwartierstaatboek XI pag. 243# | WILLEMSZ Cornelis (I18480)
|
| 119 |
 
IV-b
 
Cors Janssen Beuckelman, bouwman, geboren te Abbenbroek rond 1704, overlijden aangegeven aldaar op 1 Oktober 1780.
Cors, eigenaar en gebruikewr van bouwland in de polder Oudeland Abenbroek.
Pieter van den Hoven en Leijntje Pieter Bijl testament op 27-10-1750, stelt zijn vrouw tot enige erfgename bij vooroverlijden
haar betrouwt zoon Cors Beuckelman en dochter Neeltje Teunis Troost uit erkentelijkheid voor de diensten die testateuren
hebben genoten tot maintenue van hun bouwnering en huishouden, bezat boerderij op de hoek van de haven te Abbenbroek.
Pieter Beukelman geeft op 2 Oktober 1780 in Abbenbroek het lijk aan van zijn vader, waterzucht en verval van krachten impost begraven f 3,-
3 oktober 1780 Cors Beukelman begraven in de voorkerk en het beste doodskleed f 7.10.-
 
Hij is getrouwd te Abbenbroek op 6 Mei 1742 voor de kerk, op ongeveer 38 jarige leeftijd met Neeltje Teunis Troost (18 jaar oud), gedoopt te piershil op 9 Mei 1723,
overleden te Abbenbroek op 2 Augustus 1800, dochter van Teunis Jacobs Troost en Lijntje Pieters Bijl.
 
Uit dit huwelijk:
1) Jan, gedoopt te Abbenbroek op 12 Augustus 1742 (doopgetuige was Jannetje Janssen).
 
2) Teuntje, gedoopt te Abbenbroek op 22 November 1744 (doopgetuige was Ariaantje Troost).
 
3) Pieter, gedoopt te Abbenbroek op 19 Maart 1747 (doopgetuige was Leentje Pieters Bijl).
 
4) Lysbet , gedoopt te Abbenbroek op 14 December 1749 (doopgetuige was Lena Janssen Beukelman).
5) Anna, gedoopt te Abbenbroek op 31 Oktober 1756 (doopgetuige was Leentje Bijl).
 
6) Cornelis, gedoopt te Abbenbroek op 5 Juni 1760 (doopgetuige was Jannetje Janssen Beukelman).
  | BEUCKELMAN Cors Janssen (I23182)
|
| 120 |
 
II-a
 
Arie Harmensz Beuckelman, bouwknecht, melkboer, gedoopt te Geervliet op 7 October 1629, (doopgetuige was Wijntje Jans Huisvr.Andries Andriesz Coesijn), overleden aldaar voor1675 .
Aren Hermansz comt voor weijloon van koren in de zomer 1670 met zijn kinderen voor 7 dagen en twee schoft elck tot 14 stuivers voor hem en voor sijn soon en dochter f 15.8. r,a Geervliet 9.
 
Hij is getrouwd te Zuidland op 23 February 1661 voor de kerk, op31 jarige leeftijd met Corsje Jans Touw, geboren te Vlaardingen, begraven te Geervliet op 20 February 1702.
 
1674 Corsje Jans Touw weduwe met twee kinderen,geneert sich met een koetje of drie, weijnigh schapen aen de dijck te melcken. cohier fam. gelden invent. 324
Zij is later getrouwd te geervliet op 19 Mei 1675 voor de kerk met Claas Gerritsz, begraven te Geervliet op 30 December 1704.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Jan, geboren te (verm.) Abbenbroek rond 1661
2) Reintje,gedoopt te Geervliet op 11 february 1663 (doopgetuige was Reintje Arens
3) Leentje, gedoopt te geervliet op 10 Mei 1665 (doopgetuige was Heijltge Harmens), jong overleden.
4) Harmen, gedoopt te Geervliet op 3 November 1666 (doopgetuige was Geertje Claas), jong overleden.
 
 
  | BEUKELMAN Aren Hermansz (I23156)
|
| 121 |
 
 
 
Deceased on Friday, June 30, 1848 Breskens
 
Aktenummer (document number) : 29
 
Overleden op (died on) : 30 6 1848
 
Overleden te (died in) : Breskens
 
Henderi
k Weijkman
 
Leeftijd bij overlijden (age) : 46 jr
 
Geslacht (gender) : mannelijk
 
Burgerlijke staat (marital status) : gehuwd
 
Beroep (occupation) : schipper
 
Geboorteplaats (
place of birth) : Retranchement
 
Partner: Johanna Jacobs
 
Leeftijd (age) : niet opgenomen
 
Beroep (occupation) : particuliere
 
Vader (father) : Henderik Weijkman
 
Leeftijd (ag
e) : niet opgenomen
 
Moeder (mother) : Helena Brevet
 
Leeftijd (age) : niet opgenomen
 
Source:
 
Overlijdensakten Breskens 1796-1940
 
 
Archive:
 
Zeeuws Archief: B
urgerlijke Stand inventarisnummer
 
 
Registers van de Burgerlijke Stand Zeeland 1796/1811-1940
 
 
  | WEIJKMAN Hendrik (I49330)
|
| 122 |
 
 
III-a
Jan Arentz Beuckelman, bouwman, geboren te (verm.) Abbenbroek rond 1661, overlijden aangegeven te Abbenbroek op 7 February 1720.
 
1682 Jan Arens Beuckelman heeft vordering wegens knechtsloon op de geexecuteerde boedel van Cornelis Marckenburg. ra Geervliet 9.
 
Jan Arense Beuckelman koop op openbare verkoping 10 February 1690 een seckere woning ofte lant steden staende aan de Oudelandsedijk te Abbenbroek en 2 gemet weije somma f 400,---1692 betaald verponding over huis en ruim 15 gemet 14 roe Blafferd Abbenbroek.
 
Jan Arense Beuckelman lidmaat ger. kerk Abbenbroek, lidmaatlijst 1712 buyten het dorp.
 
7 february 1720 Lysbeth Cornelis Block geeft lijk aan van haar man Jan Arense Beuckelman, pro deo. 13 april 1720 soo heeft den Balliuw Johan de With publiek vercoght het huys, lant van Jan Arense Beuckelman aan Huyg Arense Klock voor de somme van f 380,7.8 amb.arch.Abbenbroek 39.
 
Hij is getrouwd rond 1689, op ongeveer 28-jarige leeftijd met Lena Leenderse Plooster, overleden te Abbenbroek rond 15 january 1700, begraven aldaar op 18 January1700, dochter van Leendert Cornelisz Plooster en Leentje Gillisd.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Leentje, geboren te Abbenbroek in het jaar 1691.
 
2) Arij, geboren te Abbenbroek in het jaar 1693, overleden rond 1719.
Betaelt voor Lijsbeth Block 't gunt sy uijt de cedulle heeft gekogt van Arij Beuckelman voor haar kinderen, 2 gouden knopen, 1 hemtrock met silvere knoope, twee hemden en twee dassen 't welk door den rendant is betaelt
f 103.7.0 Reken. H.G.van Abbenbroek 1719 blz 9-12.
 
3) Jan, geboren te Abbenbroek in het jaar 1695 jong overleden.
 
4) Annetje, geboren te Abbenbroek in het jaar 1698, overlijden aangegeven aldaar op 23 September 1718.
 
Jan Arentz Beuckelmanis getrouwd te Abbenbroek op 14 Oktober 1702 voor de kerk, op ongeveer 41-jarige leeftijd met Lijsbeth Cornelisdr. Block (29 jaar oud), gedoopt te Oudenhoorn op 3 september 1673, overlijden aangegeven te
Abbenbroek op 16 Mei 1748, dochter vanCornelis Claasz Block en jannetje Bastiaans.
Cornelis Beuckelman geeft 16-5-1748 lijk aan van zijn moeder Lijsje Block pro deo.
 
Uit dit huwelijk:
 
5) Cornelis, geboren rond 1703, overlijden aangegeven op 15 September1766, begraven te abbenbroek op 16 september 1766.
Cornelisaangenomen tot lidmaat ger. kerk abbenbroek 3-4-1749.
17 Mei 1753betaald aan Cornelis Beukelmanf 4,10. --croosen en schoonmaken van de wetering.polderekening Nieuwe Kade invent.488.
Pou van Braa geeft 15-9-1766 het lijk aan van Cornelis Beukelman, begraven 16 September 1766 in de voorkerk, beste doodkleed f 7.10.0
6) Cors Janssen, geboren te Abbenbroek rond 1704.--volgt onder Cors Janssen.
7) Jannetje, geboren te Abbenbroek in het jaar 1707.
8) Claasje, gedoopt te Abbenbroek op 2 Juni 1709 (doopgetuige was Lijntje Willems), begraven te Abbenbroek op 21 juni 1716.
9) Lena, geboren te Abbenbroek, gedoopt op 11 maart 1714 (doopgetuige was Leentje Jans).
 
  | BEUKELMAN Jan Arentsz (I23157)
|
| 123 |
 
 
III-a
Jan Arentz Beuckelman, bouwman, geboren te (verm.) Abbenbroek rond 1661, overlijden aangegeven te Abbenbroek op 7 February 1720.
 
1682 Jan Arens Beuckelman heeft vordering wegens knechtsloon op de geexecuteerde boedel van Cornelis Marckenburg. ra Geervliet 9.
 
Jan Arense Beuckelman koop op openbare verkoping 10 February 1690 een seckere woning ofte lant steden staende aan de Oudelandsedijk te Abbenbroek en 2 gemet weije somma f 400,---1692 betaald verponding over huis en ruim 15 gemet 14 roe Blafferd Abbenbroek.
 
Jan Arense Beuckelman lidmaat ger. kerk Abbenbroek, lidmaatlijst 1712 buyten het dorp.
 
7 february 1720 Lysbeth Cornelis Block geeft lijk aan van haar man Jan Arense Beuckelman, pro deo. 13 april 1720 soo heeft den Balliuw Johan de With publiek vercoght het huys, lant van Jan Arense Beuckelman aan Huyg Arense Klock voor de somme van f 380,7.8 amb.arch.Abbenbroek 39.
 
Hij is getrouwd rond 1689, op ongeveer 28-jarige leeftijd met Lena Leenderse Plooster, overleden te Abbenbroek rond 15 january 1700, begraven aldaar op 18 January1700, dochter van Leendert Cornelisz Plooster en Leentje Gillisd.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Leentje, geboren te Abbenbroek in het jaar 1691.
 
2) Arij, geboren te Abbenbroek in het jaar 1693, overleden rond 1719.
Betaelt voor Lijsbeth Block 't gunt sy uijt de cedulle heeft gekogt van Arij Beuckelman voor haar kinderen, 2 gouden knopen, 1 hemtrock met silvere knoope, twee hemden en twee dassen 't welk door den rendant is betaelt
f 103.7.0 Reken. H.G.van Abbenbroek 1719 blz 9-12.
 
3) Jan, geboren te Abbenbroek in het jaar 1695 jong overleden.
 
4) Annetje, geboren te Abbenbroek in het jaar 1698, overlijden aangegeven aldaar op 23 September 1718.
 
Jan Arentz Beuckelmanis getrouwd te Abbenbroek op 14 Oktober 1702 voor de kerk, op ongeveer 41-jarige leeftijd met Lijsbeth Cornelisdr. Block (29 jaar oud), gedoopt te Oudenhoorn op 3 september 1673, overlijden aangegeven te
Abbenbroek op 16 Mei 1748, dochter vanCornelis Claasz Block en jannetje Bastiaans.
Cornelis Beuckelman geeft 16-5-1748 lijk aan van zijn moeder Lijsje Block pro deo.
 
Uit dit huwelijk:
 
5) Cornelis, geboren rond 1703, overlijden aangegeven op 15 September1766, begraven te abbenbroek op 16 september 1766.
Cornelisaangenomen tot lidmaat ger. kerk abbenbroek 3-4-1749.
17 Mei 1753betaald aan Cornelis Beukelmanf 4,10. --croosen en schoonmaken van de wetering.polderekening Nieuwe Kade invent.488.
Pou van Braa geeft 15-9-1766 het lijk aan van Cornelis Beukelman, begraven 16 September 1766 in de voorkerk, beste doodkleed f 7.10.0
6) Cors Janssen, geboren te Abbenbroek rond 1704.--volgt onder Cors Janssen.
7) Jannetje, geboren te Abbenbroek in het jaar 1707.
8) Claasje, gedoopt te Abbenbroek op 2 Juni 1709 (doopgetuige was Lijntje Willems), begraven te Abbenbroek op 21 juni 1716.
9) Lena, geboren te Abbenbroek, gedoopt op 11 maart 1714 (doopgetuige was Leentje Jans).
 
  | BEUCKELMAN Jan Arense (I23170)
|
| 124 |
 
 
II-a
 
 
Herman Lucasz, bouwknecht, melkboer, geboren rond 1595, overleden voor 1672.
1619 de Grote armen van Geervliet ondersteunen Harmen Lucas jongesel in zijn ziekte. Geervliet armenrekening. Koopt 12-5-1623 een huis van Claas Aparersz aan de visserszijde, 11-4-1624 vordering op
Gerrit Ariens compeer wegens knechtsloon 42 pond. 24-5-1627 verkoop visserszijde aan Jan Lambrechts f 300,-
Op 12-10-1627 koop van huis aan de tolstraat bij de tolpoort f400,-van Neeltje Beijens.
Op 28-3-1631 koop van een steetje vee en huisraad waaronder een bruine Tresoor aan de Geervlietsedijk buiten de Guldepoort f 800,- van de erfgenamen van Herman Ariens.
 
Genomineerd als ouderling 1651 en in 1652 gekozen als diaken in 1653.
 
Hij is getrouwd in het jaar 1622 voor de kerk, op ongeveer 27 jarige leeftijd met Reijntge Ariens (ongeveer 24 jaar oud), geboren te Puttershoek rond 1598.
 
Op 21 September 1649 is Reintge Ariens samen met haar zuster Neeltje Ariens en de kinderen van hun zuster Dirckje Ariens erfgename ab intestato van hun zuster Aryaentje Ariens gehuwd met Claas Hendricx Welhuijsen wonende te Rotterdam.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Arie Hermansz, gedoopt te Geervliet op 26 november 1623 (doopgetuige was Ariaenken Arents), jong overleden.
2) Geertje Hermans, gedoopt te Geervliet op 11 Mei 1625.
Zij is getrouwd te Heenvliet op 29 July 1646 voor de kerk, op 21 jarige leeftijd met Paulus Andriesz.
3) Truijtje Hermans, gedoopt te Geervliet op 4 july1627.
4) Arie Harmensz (Beuckelman), gedoopt te Geervliet op 7 October 1629 (doopgetuige was Wijntje Jans Huisvr.Andries Andriesz Coesijn).
5) Lukas Hermansz, gedoopt te Geervliet op 4 Jauary 1632 ( doopgetuige was Martje Willems Huisvr.Cornelis Cornelisz Cuijper},
6} Marijtje, gedoopt te Geervliet op 12 Juni 1633 (doopgetuige was Neeltje Beijen Weduwe Fonkert).
7) Hendrik, gedoopt te Geervliet op 17 September 1634 {dooopgetuige was Ariaentje Jacobs Huisvr.Wouter Jacobs Bennebroek},
8) Maria, gedoopt te Geervliet op 6 July 1636.
9) Maarten, gedoopt te Geervliet op 5 Juni 1639 {doopgetuige was Ariaentje Cornelis van Petershoek}.
10) Frederik, gedoopt te Geervliet op 4 Maart 1640 {doopgetuige wasnelletje Davids Huisvr. Arie Dirx Hoenderhoek}.
11) Jan, gedoopt te Geervliet op 7 December 1642 (doopgetuige wasClaes Hendrikx van Welhuijsen te Puttershoek), overleden 14 april 1669.
Hij is getrouwd te Zuidland op 12 Februari 1662 voor de kerk, op 19 jarige leeftijd met Ariaantje Willems, weduwe van Lambert Dirkse laatst Jan Harmensz.
Zij is later getrouwd te Zuidland op 14 April 1669 voor de kerk met Jacob Walings Heijndijk.
 
 
II-a | BEUCKELMAN Herman Lukasz (I23158)
|
| 125 |
 
 
Lukas Hermansz, gedoopt te Geervliet op 4 januari 1632, overleden te Zuidland in October 1687.
Lukas -December 1685- bedeeld met 4 to turf enige malen f1.10-, Maart 1686 f 3.3.-, December 1686 8 ton turf, ontvangen in zijn sieckte 1687 f 3.18- ,
in October1687 voor afleggen, grafmaken, luiden, dootkleed, kist en dragers f 15.12- kerk arch. Zuidland no 67.
 
Hij is getrouwte Zuidland op 15 Augustus 1660 voor de kerk, op 28 jarige leeftijd met maartje jacobs, geboren te Zuidland.
 
Uit dit huwelijk;
 
1) Harmen, geboren te Zuidland, gedoopt op 7 Augustus 1661 (doopgetuige was Arentje Arens), jong overleden.
2) Harmen, geboren te Zuidland, gedoopt op 26 Augustus 1663 (doopgetuige was Geertje Hermans).
3) Jacob, geboren te Zuidland, gedoopt in Maart 1666 (doopgetuige wasMaartje Reijne).
4) Cornelis, geboren te Zuidland, gedoopt op 5 Mei 1669 (doopgetuige was Cornelia Centen).
Hij is ondertouwd te Zuidland op 24 April 1672 en getrouwd te Puttershoek op 15 Mei 1672 voor de kerk, op 40 jarige leeftijd met
Pietertgen Maertensdr. geboren te Puttershoek.
 
 
 
 
 
III-b | BEUCKELMAN Lukas Harmensz (I23162)
|
| 126 |
 
 
 
IV -a
 
Leentje Beuckelman, geboren te Abbenbroek in het jaar 1691, overleden te Oudenhoorn in het jaar 1743.
Leentje heeft na het overlijden van Cornelis Kool een onecht kind. Verzoek om onderstand wordt geweigerd om hare hoererij, de grote armen verwijzen haar naar de diaconie.
Zij krijgt in 1724 9 stuivers per week voor haar 3 kinderen. Hendrik de Jongh armmeester veilt te Oudenhoorn de kleding en boedel van de weduwe Cornelis Kool, Oudenhoorn 1743.
 
Zij is ondertrouwd te Zuidland op 23 fbruary 1715 en getrouwd te Oudenhoorn op 17 Maart 1715 voor de kerk, op 24 jarige leeftijd met Cornelis Cornelisz Kool (31 jaar oud), geboren te
Oudenhoorn, gedoopt op 4 April1683, overleden te Oudenhoorn in february 1723, zoon van Cornelis Dircksz Kool en Saertje Gijsberts.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Kornelis, geboren te Oudenhoorn, gedoopt op 31 Mei 1716.
2) Jan, geboren te Oudenhoorn, gedoopt op 14 November 1717 (doopgetuige was Annetje Jans).
3) Sara, geboren te Oudenhoorn, gedoopt op 3 September 1719 (doopgetuigewas Arentje Jacobs), overleden te Oudenhoorn in het jaar 1742.
4) Arie, geboren te Oudenhoorn, gedoopt op 16 November 1721 (doopgetuige was Anna Kramer), overleden te Oudenhoorn op5 February 1750.
Haar zoon van een onbekende man:
5) Pieter, gedoopt te Oudenhoorn op 9 July 1724,
Pieter wordt bij zijn doop Beukelaar genoemd. | BEUCKELMAN Leentje (I23178)
|
| 127 |
 
 
 
Frederik Hermansz Beuckelman, begrafenis dienaar, doodbidder, gedoopt te geervliet op 4 maart 1640, begraven te Overschie op 16 Februari 1730
Hij is getrouwd te Overschie op 14 mei1662 voor de kerk, op 22 jarige leeftijd met Annetje Fransse (28 jaar oud), gedoopt te Overschie op 5 Maart 1634,
dochter van Frans arense en Claesken Ariens.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Harmen, gedoopt te Overschie op14 Februari 1663 (doopgetuige was Reintje Ariens).
2) Maertie, gedoopt te Overschie op 7 September 1668 (doopgetuige was Arie Franse en Jannetje Franse).
3) Frans, gedoopt te Overschie op 21 December 1673 (doopgetuige was Ary Franse en Lijsbeth Franse).
4) Clasijntje, gedoopt te Overschie op 16 December 1674 (doopgetuige was Arent Ariens en Maertie Ariens).
 
III-d | BEUCKELMAN Frederik Harmensz (I23168)
|
| 128 |
 
 
 
 
 
 
Hendrik Hermans Beuckelman, gedoopt te Geervliet op 17 September 1634, overleden te den Bommel op 13 April 1672.
Hij is ondertrouwd te Hekelingen op 6 Mei 1656 voor de kerk, op 21 jarige leeftijd met Ariaantje jans, geboren te Zuidland
 
Transport van een schuldbrief van f 22,- over geleverde kleding ten laste van Adriaantje Jans dienstmaagd bij Jan Hendrksz Bakker te Hekelingen nu getrouwd
met Hendrik Hermanse te geervliet, houdster is nu Jannetje Willems, weduwe van Dirk Gerritsz Roest. Ra hekelingen 965.
 
Uit dit huwelijk:
 
1) Herman, gedoopt te Geervliet, op 24 December 1656 (doopgetuige was Reintje Arens), jong overleden.
2) Herman, gedoopt te Geervliet op 30 Juni 1658 (doopgetuige was Reintje Arens).
3) Reijntge, gedoopt te den Bommel op 14 Maart 1668 (doopgetuige was Willem Marinisse), jong overleden.
4) Ary, gedooptte den Bommel op10 Februari 1669 (doopgetuige was Jan Marinisse en Lijsbeth Andries).
5) Reijntge, gedoopt te den Bommel op 4 Januari 1670. | BEUCKELMAN Hendrik Harmensz (I23164)
|
| 129 |
 
 
 
Ary , geboren te Abbebboek in het jaar 1693 | BEUCKELMAN Ary (I23177)
|
| 130 |
 
 
  | STRIJDHORST Adriana (I1216)
|
| 131 |
 
 
Johanna BrevetDeceased on Sunday, April 13, 1806 Cadzand
 
Aktenummer (document number) : 3Overleden op (died on) : 13 4 1806Overleden te (died in) : CadzandJohanna BrevetLeeftijd b
ij overlijden (age) : 30 jrGeslacht (gender) : vrouwelijkBurgerlijke staat (marital status) : gehuwdGeboorteplaats (place of birth) : niet vermeldPartner: Jannes CapponLeeftijd (age) : niet opgenomenV
ader (father) : Isaac BrevetLeeftijd (age) : niet opgenomenMoeder (mother) : Josina de MeijerLeeftijd (age) : niet opgenomen | BREVET Johanna (I49324)
|
| 132 |
 
 
Successiememorie overledene op dinsdag 21 mei 1901 Axel
 
Kantoor (office) : Hulst
Nummer (number) : 6/6816
Maatje de Koeijer
Overleden te (died in) : Axel
Overleden op (died on) : 21 mei 1901
Inventarisnummer (inventory number) : 799
Filmcassettenummer (number of filmbox) : 134
 
 
Bron:
Memories van successie kantoor Hulst 1901-1927
 
Archief:
Memories van successie inventarisnummer [toegevoegd: 16 oktober 2003]
 
Memories van successie (1795)1818-1927
Pieter is als een van de eersten in Axel van de HErvormde Kerk afgescheiden: 1 mei 1824.
(Jaarboek "de Vier Ambachten" 1986 - 1987, 240 - 254)
Maatje is een dochter van Pieter de Koeijer en Janna Maria de Regt. Pieter was een vermogende winkelier in Zaamslag. Hij betaalde rond 1840 meer dan 25 gulden aan grondbelasting en bevond zich daardoor in de laag van 28,5 % van de beroepsbevolking.
(Jaarboek "de Vier Ambachten" 1986 - 1987, 240 - 241)
 
Rouwkaart Rouwkaart in familie archiefVan haar is een oude foto beschikbaar. Genomen door onderwijzers, die dit vaker deden als bijverdienste.
 
UITZOEKEN:
Maatje de Koeijer
 
Successiememorie overledene op dinsdag 21 mei 1901 Axel
 
Kantoor (office) : Hulst
Nummer (number) : 6/6816
Maatje de Koeijer
Overleden te (died in) : Axel
Overleden op (died on) : 21 mei 1901
Inventarisnummer (inventory number) : 799
Filmcassettenummer (number of filmbox) : 134
 
 
Bron:
Memories van successie kantoor Hulst 1901-1927
 
Archief:
Memories van successie inventarisnummer [toegevoegd: 16 oktober 2003]
 
Memories van successie (1795)1818-1927
Pieter is als een van de eersten in Axel van de HErvormde Kerk afgescheiden: 1 mei 1824.
(Jaarboek "de Vier Ambachten" 1986 - 1987, 240 - 254)
Maatje is een dochter van Pieter de Koeijer en Janna Maria de Regt. Pieter was een vermogende winkelier in Zaamslag. Hij betaalde rond 1840 meer dan 25 gulden aan grondbelasting en bevond zich daardoor in de laag van 28,5 % van de beroepsbevolking.
(Jaarboek "de Vier Ambachten" 1986 - 1987, 240 - 241)
 
Rouwkaart Rouwkaart in familie archiefVan haar is een oude foto beschikbaar. Genomen door onderwijzers, die dit vaker deden als bijverdienste.
UITZOEKEN:Maatje de Koeijer
Successiememorie overledene op dinsdag 21 mei 1901 Axel
Kantoor (office) : HulstNummer (number) : 6/6816Maatje de KoeijerOverleden te (died in) : AxelOverleden op (died on) : 21 mei 1901Inventarisnummer (inventory number) : 799Filmcassettenummer (number of filmbox) : 134
Bron:Memories van successie kantoor Hulst 1901-1927
Archief:Memories van successie inventarisnummer [toegevoegd: 16 oktober 2003]
Memories van successie (1795)1818-1927Pieter is als een van de eersten in Axel van de HErvormde Kerk afgescheiden: 1 mei 1824.(Jaarboek "de Vier Ambachten" 1986 - 1987, 240 - 254)Maatje is een dochter van Pieter de Koeijer en Janna Maria de Regt. Pieter was een vermogende winkelier in Zaamslag. Hij betaalde rond 1840 meer dan 25 gulden aan grondbelasting en bevond zich daardoor in de laag van 28,5 % van de beroepsbevolking.(Jaarboek "de Vier Ambachten" 1986 - 1987, 240 - 241)
Rouwkaart Rouwkaart in familie archiefVan haar is een oude foto beschikbaar. Genomen door onderwijzers, die dit vaker deden als bijverdienste. | DE KOEIJER Maatje (I49219)
|
| 133 |
 
  | VAN ARKEL Kornelis Cornelis (I13858)
|
| 134 |
 
1 april 1736 Goverdina dv Pieter Gooszen en Vina Kaling. get Willem Vetjes en Goverdina Vette. 22 april 1737 begr. t kind van de wed van pr goosen gent Goverdina goosen oud 1 1/12 jaar niet geluijt (kosten) 0-0-6 | GOOSSEN Goverdina (I12267)
|
| 135 |
 
36. Jacobus Minderhoud, schoenmaker, geboren te Westkapelle in het jaar 1821, overleden aldaar op donderdag 16 november 1893 , akte 48/1893.
 
Jacobus is eerder getrouwd te Westkapelle op vrijdag 22 augustus 1845 , akte 6/1845 met Jacoba Minderhoud, geboren te Westkapelle in het jaar 1825, zie 67. Jacobus is eerder getrouwd te Westkapelle op vrijdag 5 mei 1848 , akte 4/1848 met zijn schoonzus WilleminaMinderhoud, geboren te Westkapelle in het jaar 1829, overleden aldaar op zaterdag 17 oktober 1857 , akte 43/1857, dochter van 134 en 135.
Jacobus is getrouwd te Westkapelle op vrijdag 29 november 1867 , akte 21/1867 (3) met zijn oomzegster. | MINDERHOUD Jacoba (I50300)
|
| 136 |
 
5 aug 1874. elisabeth eggebeen 75, * zaamslag 1799, x jan goossen, werkman. wit levinus jacobus van de velde 33, werkman, son. 746. | EGGEBEEN Elizabeth (I10908)
|
| 137 |
 
Abraham Adriaan Brevet
Deceased on Wednesday, December 6, 1899 Retranchement
Aktenummer (document number) : 11
Overleden op (died on) : 6 12 1899
Overleden te (died in) : Retranchement
Abraham Adriaan Brevet
Leeftijd bij overlijden (age) : 56 jr
Geslacht (gender) : mannelijk
Burgerlijke staat (marital status) : gehuwd
Beroep (occupation) : Zonder
Geboorteplaats (place of birth) : Cadzand
Partner: Wilhelmina Voskamp
Leeftijd (age) : niet opgenomen
Beroep (occupation) : Zonder
Vader (father) : Jannis Brevet
Leeftijd (age) : niet opgenomen
Moeder (mother) : Jozina de Bruijne
Leeftijd (age) : niet opgenomen
Bijzonderheden (notes) : Van tafel en bed gescheiden.
Source:
Overlijdensakten Retranchement 1796-1940
Archive:
Zeeuws Archief: Burgerlijke Stand inventarisnummer
Registers van de Burgerlijke Stand Zeeland 1796/1811-1940
 
Abraham Adriaan Brevet
Death duty on Wednesday, December 6, 1899 Retranchement
Kantoor (office) : Middelburg
Nummer (number) : 6/9499 1899
Abraham Adriaan Brevet
Overleden te (died in) : Retranchement
Overleden op (died on) : 6-12-1899
Inventarisnummer (inventory number) : 519
Filmcassettenumber (number of filmbox) : 80
Opmerking (note) : Gehuwd met Wilhelmina Voskamp, wonende te Middelburg
Source:
Memories van successie kant. Middelburg 1818-1900
Archive:
Zeeuws Archief: Memories van successie inventarisnummer
Memories van successie (1795)1818-1927 | BREVET Abraham Adriaan (I49295)
|
| 138 |
 
Abraham wordt in zijn overlijdens akte met een 's' (Goosen) aangeduid. Verhuisde naar Hontenisse met zijn ouders. Is in 1739 in het register der ledematen van Hontenisse vermeld. Is wnl later weer naar Zaamslag vertrokken.(Research):@N24@
N276 | GOOSSEN Abraham (I12257)
|
| 139 |
 
Axel BS, Huwelijk Burgerlijke Stand Huwelijk, Axel (1796 - 1853) Zeeuws Archief Middelburg.In 1825 in Axel komen wonen. Bevreg Axel: Magrette C31 | GOOSSEN Jacob (I12245)
|
| 140 |
 
Axel BS, Overlijden Burgerlijke Stand van Axel, Overlijden Zeeuws Archief Middelburg | GOOSSEN Levenloos (I10910)
|
| 141 |
 
Axel, Minicipale Administratie Municipale Administratie van Axel 1797 - 1798 Burgerlijke Stand Zeeland Zeeuws Archief Middelburg | FAAS Livina Levina (I14262)
|
| 142 |
 
Barradeel, dopen, doopjaar 1726
Dopeling: Akke
Gedoopt op 6 januari 1726 in Minnertsga
Dochter van Jacob Jouws en niet genoemde moeder
 
Gestandaardiseerde namen (voornaam en patroniem):
Dopeling : AUKJE
Vader : JAKOB JOUWS
 
Bron:
Collectie Doop-, Trouw-, Begraaf- en Lidmaatboeken (DTBL)
Herv. gem. Minnertsga, doop 1655-1771
Inventarisnr. : 97
Op microfiche beschikbaar op studiezaal Tresoar
 
Wijzigingsdatum: 20-06-2006 | JACOBS (VAN DER LEY) Aukje (I30859)
|
| 143 |
 
Begraafboek Hontenisse: 1 Persoon genamet Anthoni van de vondel en heeftnagelaten een weduwe genaemt Pietronella Goossen.(Medical):See attached sources. | VAN DEN VONDEL Anthony (I14252)
|
| 144 |
 
Bij aangifte dood van zijn vader (, 27 maart 1840) wordt hij werkman genoemd. | GOOSSEN Abram (I12247)
|
| 145 |
 
Bij de doop staan als ouders vermeld: Pieter Gozen en Jozina Kolijns getuigen: Lowys Hoekman en Janneken Wadden | GOOSSEN Janneke (I12265)
|
| 146 |
 
Debora Simonse
Geboortedatum: 07-05-1852
Geboorteplaats: Aagtekerke | SIMONSE Deborah (I28524)
|
| 147 |
 
Den 22en April In den Buijk van de kerk begraven Livina Colijn wede Goosen geen onderjarige kinderen. Drie posen geluijden. Betekent dat laatstekind in 1736 is geboren aanemende dat 25 jr grens is voor minderjarigheid. Aanduiding als moeder van Abraham gevonden in: akte van overlijden van zoon Abraham in 1802. Getuige bij doop van Petronella dv Isaak Kolijnen Neeltje Kiemans in 1735 nr. 321. Wordt ook als Jozina aangeduid , pagina 6
Volkstelling Hontenisse 1738: Levina Colijn 42 jr geb te Zaamslag, geen beroep (dus geld); 4 thuiswonende k. 1 geb te Zaamslag (Abraham) en 3 te Hontenisse (Janneke, Pieter, Neeltje). | KOLIJN Levina (I12264)
|
| 148 |
 
Dina Bakker is op 12 jarige leeftijd (direkt na school) in dit gezin alsdienstbode opgenomen. Zij woonden op een boerderij in de Koehorspolder (met de gele schuur). Tot haar 26e. Lies heeft haar moeder opgenomen toendie nadat haar tweede man (Hermanus de Kraaker) overleden was op straat kwam te staan (haar stiefkinderen stuurden haar weg).
FNAM Lies
 
Dina Bakker is op 12 jarige leeftijd (direkt na school) in dit gezin alsdienstbode opgenomen. Zij woonden op een boerderij in de Koehorspolder (met de gele schuur). Tot haar 26e. Lies heeft haar moeder opgenomen toendie nadat haar tweede man (Hermanus de Kraaker) overleden was op straat kwam te staan (haar stiefkinderen stuurden haar weg).
FNAM Lies | VAN DIXHOORN Elisabeth (I20530)
|
| 149 |
 
Doopgetuige in 1721 bij Cornelia dv Isak Coleyn en in 1733 bij Willem zvWillem Kolijn en Cornelia van de Vondel.
Doopgetuige bij Janneke dv Abraham (1763) samen met broer Frans
Begraafboek Honteniss: 1778 den 26 nov. Pieternella Goosen wed van Anthonij van den Vondel. | GOOSSEN Pieternella (I14251)
|
| 150 |
 
Doopgetuigen: Isaac Colijn, Frans en Pieteronella Goossen. ZGC doopboek Hontenisse nr.507 OT Hoek 1.1.1785 Machiel Veeneman jm van Zaamslag met Janneke Goosen geb te Hontenisse Hulsterambacht. Beide won. te hoek. Met bescheid van Hoek te Terneuzen getrouwd. | GOOSSEN Janneke (I12259)
|
|